Smullers & Taco’s

Amsterdam, 2014

Ik druk mijn oortjes stevig aan op het moment dat ik Amsterdam Centraal binnenstap. Ik kom net uit mijn werk. Iemand was jarig en er heeft de hele dag een taart op tafel gestaan, voor het geval iemand nog een lekker stukje wilde. Walgelijk. Ik heb de hele dag op scherp gestaan en voel me moe en gespannen. Ik check-in en loop de stationshal binnen en probeer niet naar de Smullers te kijken. Waarom moet iedereen zich toch de hele dag zo vies volstoppen(?!), vraag ik me boos af. Kunnen mensen nou niet gewoon de trein instappen en wachten met eten totdat ze thuis aan tafel zitten? Het maakt me woedend. Ik probeer me op mijn muziek te concentreren en te ontspannen. Op het perron probeer ik niet naar mensen te kijken, maar de bakjes van de Smullers ontgaan me niet. Er staat iemand tegen een paal nonchalant een patatje naar binnen te werken en verderop schuift iemand een frikadel naar binnen, alsof het niks is. Ik krijg het een beetje benauwd en probeer me op mijn ademhaling en muziek te richten. De trein komt aan en ik probeer te screenen in welke coupé het het minst druk is. Tevergeefs, want het is spits. Ik stap de trein in en blijf bewust bij de trappen hangen terwijl de rest een plaatsje uitzoekt. Bij de trappen heb ik bewegingsruimte en daar valt het minder op wanneer ik me verplaats op het moment dat iemand begint te eten. Op Sloterdijk kijk ik paniekerig toe hoe de één na de ander instapt, in de hoop dat niemand ‘gewapend’ is met een bakje of zakje van de Smullers. Het wordt aardig druk en ik keer me met mijn gezicht naar het raam, om me af te kunnen sluiten van wat er om me heen gebeurt. Ik kijk of mijn muziek op zijn hardst staat en probeer rustig te ademhalen. Tegen de tijd dat we de tunnel bereiken stokt mijn adem. Ik probeer te slikken maar ik voel mijn tong niet meer. Ik probeer uit te ademen, maar er komt geen lucht uit mijn mond. Net op het moment dat ik me verschrikt wil omdraaien en iemand wil aanschieten voor hulp, komt mijn ademhaling weer op gang. Ik heb al een tijdje last van hyperventilatie.

Playa Zipolite Mexico, 2016

“Je herkent ze aan zo’n soort tent achterop. Een pick-up truck met een tent of een gewone taxi, maar dan moet je even vragen of het een collectivo is en waar hij heen rijdt”, zegt mijn buurman. Ik ben een regelrechte ramp als het om de weg vinden gaat en ik stap structureel in de verkeerde bussen. Ondanks dat lijk ik uiteindelijk, met behulp van vriendelijke locals, toch altijd weer op de plek van bestemming aan te komen. Ik sjok de heuvel, waarop mijn ‘huisje’ voor de komende twee maanden staat, af. Na vijf minuten aan de goede kant van de weg gewacht te hebben komt er een taxi aanrijden. Ik steek mijn hand op en hij stopt. “Gaan jullie naar Pochutla?”, vraag ik aan de taxichauffeur. In één klap raak en ik stap in. Voorin zit de taxichauffeur met een wat oudere man en ik schuif op de achterbank naast een jongen van mijn leeftijd. Zo, volle bak, denk ik en ik kijk tevreden naar buiten terwijl we over de hobbelige weg langs de kust scheuren richting de supermarkt. De taxi stopt plotseling langs de weg waar een vader en moeder met drie kleine kinderen staan te wachten. Er moet vast iemand uit, stel ik vast. De man doet de deur voor de moeder open, waarna zij met haar drie kinderen naast mij op de bank schuift en waarbij er één dochtertje half bij mij op schoot belandt. De vader schuift naast de oudere man op de passagiersstoel voorin. “Hola, waar kom je vandaan?”, vraag de moeder naast me. “Holland. Ik kom net uit Colombia en ben een week geleden in Mexico aangekomen”, antwoord ik. “Ah, dan moet je deze kokos taco’s proberen!” zegt ze verheugd. Ze pakt een papieren zak en geeft me een stuk van een reusachtige taco. Ik raak lichtelijk in paniek. Ze verdeelt er nog twee over de drie mannen voorin, mijn buurman en de kinderen. “Lekker he?”, zegt ze terwijl ze zelf een hap neemt. Ik voel me wat opgelaten, het geluid is snoeihard en komt vanaf alle kanten binnen, maar ik voel bijna niks. Ik zak terug op de achterbank en ontspan me. “Heel lekker, gracias”, antwoord ik oprecht en opgelucht terwijl ik haar aankijk.

Deel dit opShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someonePrint this page
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *